— het woordenboek van de pelouze —

onze
eigen
woorden.

Een verzameling lemmata die zich uitbreidt naarmate de tuin zijn vocabulaire vindt.

pelouze

/də pə·loez/

zelfst. naamw.v. — de; verkleinwoord: pelouzeke

  1. Het stukje gras dat een Vlaming heilig houdt.
  2. Verborgen binnentuin vlak bij de markt van Houtem.
  3. (informeel) De plek waar je vrienden uitnodigt.

syn. pelouzeke · binnentuin · zomertoevlucht

tafelen

/ˈtaː.fə.lə(n)/

werkw.overgankelijk — tafelde, getafeld

  1. Met meerdere mensen aan dezelfde tafel zitten en niet meer opstaan tot het donker wordt.
  2. (in De Pelouze) De voornaamste activiteit.

syn. schuiven aan · samenzijn · de avond rekken

pelouzeke

/pə·loe·zə·kə/

zelfst. naamw.o. — verkleinwoord van pelouze

  1. Affectieve aanduiding voor het eigen gazon, vooral op zondagvoormiddag na het maaien.
  2. Symbool van Vlaamse tuintrots.

syn. gazonneke · pluk gras · klein stukje peis

schemering

/ˈsxeː.mə.rɪŋ/

zelfst. naamw.v.

  1. De tijd tussen zon onder en avond echt begonnen.
  2. (in De Pelouze) Het signaal dat de lichtjes aangaan.

syn. avondkrachten · het kantelmoment · blauw uur

samenzijn

/ˈsaː.mən.zɛin/

zelfst. naamw.o.

  1. Toestand van meerdere mensen die niets gepland hebben behalve elkaar.
  2. (in De Pelouze) De reden dat we hier zijn.

syn. bijeenzijn · rond een tafel · bij elkaar

Onze taal. Ons huis. Onze tuin.

Een Markt 94 × Fitness Daan De Cooman initiatief